Is de WHOA een gedwongen doorfinancieringsplicht voor banken?

In april hebben drie van onze adviseurs de postacademische specialisatieopleiding tot WHOA herstructureringsdeskundige afgerond. Martin Kuiper schreef als afsluiting van deze opleiding een paper over de rol van de bank binnen de WHOA. Als financier neemt de bank een belangrijke positie in bij het tot stand komen van een akkoord. Door het vestigen van zekerheidsrechten voor financieringen versterken banken hun positie. Op die manier vergroten zij de kans dat hun vordering wordt voldaan. In het geval van faillissement kunnen banken zich dan ook verhalen op de verpande en gehypothekeerde goederen. Hierdoor kunnen banken erop rekeningen dat zij bij een faillissement altijd een bepaald bedrag in contanten zullen ontvangen. Maar hoe zit dat in het geval van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)? 

Wilt u het gehele paper lezen? Lees dan hier het uitgebreide artikel op www.allesoverwhoa.nl.

Recht op cash-exit uitgesloten voor bedrijfsmatige financiers

In de WHOA staat opgenomen dat schuldeisers het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij naar verwachting in faillissement zouden ontvangen. Dit betekent dat tegenstemmende schuldeisers de mogelijkheid hebben om op deze manier “uit het akkoord te stappen”. Het ligt voor de hand dat banken beroep doen op deze regel, omdat zij in faillissement vaak een uitkering in geld ontvangen. Maar de wet steekt hier een stokje voor

Deze regel is namelijk niet geldig voor schuldeisers met een voorrangspositie verkregen uit pand- en hypotheekrechten, ook wel bedrijfsmatige financiers genoemd. Banken kunnen daarom geen gebruik maken van de zogeheten cash-out optie. Wel moeten banken de mogelijkheid krijgen om te kiezen voor een uitkering in een andere vorm als hen aandelen of certificaten wordt aangeboden. Hierbij kan gedacht worden aan uitstel van betaling of het doorlopen van de lening tegen marktconforme voorwaarden.

De achterliggende reden voor de uitzondering voor banken

In het oorspronkelijke wetsontwerp had ieder tegenstemmende schuldeiser recht op de cash-out optie. Hiervan is het nadeel dat een WHOA-traject zou mislukken wanneer een grote groep schuldeisers een betaling in contanten zou opeisen. In het geval van een turnaround situatie zou het lastig zijn om voldoende liquide middelen aan te trekken om de uitkering in contanten te financieren. Daarom is besloten de cash-out optie voor bedrijfsmatige financiers te laten vervallen, omdat zij in het geval van faillissement aanspraak kunnen maken op vrij grote contante bedragen. Hierdoor zou elk akkoord een te groot bedrag aan contanten vereisen, waardoor veel WHOA-trajecten zouden mislukken. 

Knelpunten van de ‘doorfinancieringsplicht’ voor banken 

Hoewel de WHOA van grote toegevoegde waarde is voor het reorganiserend vermogen van het bedrijfsleven, kunnen de verschillende rechten van banken en andere schuldeisers de efficiëntie en de effectiviteit van de WHOA beperken. De verschillende schuldeisers kunnen strategische posities innemen en verschillende insolventieprocedures inzetten. Dit kan ervoor zorgen dat niet de levensvatbaarheid van de onderneming en het vergroten van de te verdelen taart voorop staan, maar de positie van individuele schuldeisers. 

Daarnaast zal het uitsluiten van het recht op contanten voor bedrijfsmatige financiers voor problemen zorgen in situaties waar banken geen vertrouwen hebben in het reorganisatieplan en/of in het management. Banken zullen bij een gebrek aan vertrouwen willen afwikkelen, maar gedwongen in een WHOA-traject willen zij hun positie beperken door kredietruimte en andere voorwaarden voor gebruik, verbruik en vervreemding van goederen in te perken. Hierdoor wordt de onderhandelingspositie van de bank versterkt, waardoor de onderneming slechter af is.

Conclusie

Door het uitsluiten van banken op de cash-out optie wordt een doorfinancieringsplicht gecreëerd voor banken. Dit zal in de praktijk voor knelpunten zorgen. In situaties waar banken geen vertrouwen in het toekomstperspectief hebben maar gedwongen worden om te blijven zitten, is het de vraag of de levensvatbaarheid van de onderneming kan worden aangetoond. Ook zullen bedrijfsmatige financiers hun positie proberen te beschermen waardoor onzekerheden voor de onderneming toenemen. Hierdoor zal de levensvatbaarheid en ondernemingswaarde negatief worden beïnvloed. 

Like dit artikel?

Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin