Inzicht geeft overzicht

De coronatijd zorgt ervoor dat ondernemers leven van dag tot dag. Alles verandert continu: beperkingsmaatregelen, economische verwachtingen, vooruitzichten en steunmaatregelen. De enige zekerheid is dat het onzeker is wanneer we teruggaan naar het oude normaal. 

En wat betekent dat voor de omzet- en resultaatontwikkeling van bedrijven?

Toch is het van belang om nu al vooruit te kijken. En om met de beperkt beschikbare informatie meerdere financiële scenario’s uit te werken. De kasstroom van veel ondernemers wordt momenteel gestut door steunmaatregelen (zoals NOW en TVL) of uitstel van verplichtingen (zoals belastingen en opschorten van aflossingen bij banken). En hoewel iedereen uitkijkt naar het oude normaal, gaat dat ook financiële consequenties hebben. Bij heropening van de economie moeten ondernemers rekening houden met 3 belangrijke zaken:  

  1. Er komt een einde aan de steunmaatregelen
  2. Geld blijft vastzitten in debiteuren, voorraad en/of onderhandenwerk
  3. Schuldpositie moet afgebouwd worden

Einde aan de steunmaatregelen

Het spreekt voor zich dat er een einde komt aan de steunmaatregelen zodra de economie aantrekt en de coronamaatregelen worden opgeheven. Dit betekent concreet dat bedrijven geen NOW en TVL meer zullen ontvangen. Maar ook dat er weer gestart moet worden met het betalen van reguliere belastingen en bancaire aflossingen. Het is belangrijk om te beseffen dat ondernemers dubbel worden geraakt: minder inkomsten en hogere uitgaven. 

Aandacht voor het werkkapitaal

Werkkapitaal is nodig om een bedrijf draaiende te houden: werknemers moeten betaald worden, voorraad moet worden ingekocht en rekeningen moeten worden betaald. Een tekort aan werkkapitaal kan dan ook veel schade brengen aan een bedrijf. Echter is een te hoog werkkapitaal ook niet gezond voor een bedrijf. Dit betekent dat er kapitaal vastzit in zaken als voorraden en debiteuren. 

De positie van het werkkapitaal wordt beïnvloed door debiteuren, crediteuren en voorraden/onderhandenwerk.  

Een groeiende omzet vertaalt zich dan ook niet meteen naar beschikbare liquiditeit. Om liquiditeit te kunnen genereren moeten eerst voorraden worden aangelegd of projecten worden uitgevoerd. Hierdoor neemt de voorraadpositie toe. Daarnaast hanteren klanten een betalingstermijn, waardoor cash niet meteen binnenkomt maar vast blijft zitten bij de debiteuren. Kortom, tussen het moment van omzet en het moment van liquiditeit zit tijd. Dit kan deels gecompenseerd worden door leveranciers later te betalen, maar niet volledig. 

Elk groeiend bedrijf heeft daarom behoefte aan werkkapitaalfinanciering. Ook bedrijven die na de coronadip terugkrabbelen krijgen hier mee te maken. En omdat buffers nagenoeg nihil zijn, vraagt dit om specifieke aandacht. 

Schuldpositie afbouwen

De afgelopen maanden hebben veel bedrijven schulden opgebouwd. Denk hierbij aan te veel ontvangen staatssteun (NOW en TVL), onbetaalde belastingen, opgeschorte aflossingen etc. Deze schuldenberg moet ook weer afgebouwd worden.

Oplossingsroute 

Maar hoe krijg je grip op bovenstaande factoren? Hieronder leggen wij in 3 stappen uit hoe u inzicht krijgt in uw situatie en welke oplossingsroute hierbij gevolgd kunnen worden. 

Stap 1 – Scenario’s uitwerken voor resultaatverwachting

Belangrijk is om 2 á 3 financiële scenario’s uit te werken waarbij omzetontwikkelingen in kaart worden gebracht op basis van verschillende uitgangspunten. Bijvoorbeeld de startdatum waarop de omzet weer begint te groeien of het tempo waarin de omzet groeit. Neem hierin ook eventuele margeontwikkelingen mee.

Stap 2 – Ontwikkeling werkkapitaal in kaart brengen

Wat betekent de resultaatontwikkeling voor het werkkapitaal? Wat is de betalingstermijn van de debiteuren, binnen hoeveel dagen moeten crediteuren betaald worden, wanneer en hoeveel voorraad moet er aangelegd worden? Houd hierbij ook rekening met reguliere belastingen, zoals loonheffing en BTW.

Stap 3 – Aflossingscapaciteit bepalen

De aflossingscapaciteit wordt grofweg bepaald door de volgende optelsom: het resultaat + afschrijvingen – investeringen – veranderingen in het werkkapitaal. Dit is het geld wat overblijft voor lange termijn schuldeisers.

De uitkomsten van bovenstaande analyse bepalen de te nemen acties:

  1. Blijft de resultaat verwachting negatief, dan zal een reorganisatie plaats moeten vinden. Als dat niet mogelijk is, moet nagedacht worden over het verkopen of liquideren van de onderneming. 
  2. Is de resultaat verwachting positief maar is de werkkapitaalbehoefte groter dan de huidige financiering toelaat, dan moeten de mogelijkheden voor een bijpassende financiering worden onderzocht. Een voorbeeld hiervan is een BMKB-C lening: een lening die speciaal is bedoeld voor bedrijven die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door de COVID-19 pandemie.
  3. Zijn de schuldpositie en aflossingscapaciteit uit verhouding, dan is het van belang om het gesprek met de schuldeisers aan te gaan. In de meeste gevallen gaat dit om de bank en de Belastingdienst. Als de schuldpositie vele malen groter is dan de aflossingscapaciteit en de onderneming de schulden dus feitelijk niet kan dragen, dan is de WHOA (wet homologatie onderhands akkoord) eventueel een oplossing. Deze nieuwe wet biedt de mogelijkheid om schuldeisers een akkoord aan te bieden en eventueel af te dwingen via de rechter (als niet alle partijen meewerken).

Goed inzicht in de huidige en toekomstige financiële positie is de basis waarop acties uitgewerkt kunnen worden. Een adviseur van buitenaf met gespecialiseerde kennis is essentieel bij het doorlopen van bovenstaande stappen.

BBN brengt zaken in beweging.

Like dit artikel?

Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin